John Kersten

Beeldende Kunst

Bauhaus Dessau Gropius Bundesschule Bernau Meyer

Bauhaus en het ‘nieuwe bouwen’.

In wel heel grove lijnen, om kritiek op voorhand te pareren, zijn binnen de architectuur van een groot deel van de twintigste eeuw twee tendensen te onderscheiden: het traditionalisme (dat haar voorbeelden vindt in de, vaak nationale, historische bouwkunst) en het functionalisme (het ‘nieuwe bouwen’, vooral geïnspireerd door de internationale utiliteitsbouwwerken van ingenieurs). (Sanatorium ‘Zonnestraal’)

Het Bauhaus in het vooroorlogse Duitsland was een exponent van die tweede tendens en een van de meest bekende. Het ontstond door een fusie tussen een bestaande kunstacademie en een kunstnijverheidsschool in Weimar in 1919. Destijds was het ideaal om de kunsten, ambachten en architectuur te verenigen wijd verbreid in Europa en dat samengaan was ook de insteek van het Bauhaus.

Aanvankelijk lag er meer nadruk op het stimuleren van het creatieve proces, maar onder economische druk bewoog het Bauhaus zich geleidelijk naar opleiding van ontwerpers die zich bezig hielden met moderne, industrieel te produceren, vormgeving. Na een door politieke omstandigheden afgedwongen verhuizing naar Dessau werden de typische ambachtelijke werkplaatsen definitief gesloten.

De hierna opgerichte architectuurafdeling werd langzamerhand het middelpunt van de opleiding. Directeur Hannes Meyer had weinig belangstelling voor de vrije kunsten en vond de Bauhauskunstenaars maatschappelijk te kort schieten door hun ‘esthetische vooroordelen’. Zelf architect schreef hij over architectuur: “Bouwen is een biologisch proces, bouwen is geen esthetisch proces”.

Meyer overigens is veruit de meest onbekende directeur van Bauhaus. Dat is geweten aan “zijn politiek engagement” (hij was communist), maar zijn voorganger Walter Gropius was veel langer directeur en zijn opvolger Mies van der Rohe was dat in de donkere periode van opkomend nazi-Duitsland, dus dat lijken minstens zo plausibele redenen. Wel lijkt Meyer’s rol soms ook bewust onderbelicht te zijn.

In Dessau werd de hetze tegen de ’Joods-Syrische woestijnarchtectuur’ van de ’edelbolsjewisten’ doorgezet. Gropius nam zelf ontslag,  later moest Meyer onder politieke druk opstappen. Onder Van der Rohe volgden nog drie moeizame jaren, waarin opnieuw een afgedwongen verhuizing, nu naar Berlijn. In 1933 kwam het definitieve einde voor het Bauhaus. (Expressionisme in Duitsland)

In de economische en politieke chaos na de ineenstorting van de beurs in 1929 hadden in Duitsland rechts-radicalen hun kans gegrepen, met een meer dan bekend gevolg. Uiteindelijk bleef de ‘moderne’ architecten niets over dan te vertrekken, wat paradoxaal genoeg betekende dat het ’nieuwe bouwen’ zo juist een veel groter verspreidingsgebied kreeg in plaats van ophouden te bestaan.

De stelling dat esthetiek geen uitgangspunt moest zijn (het is beter ”lelijk te bouwen en doelmatig”) had natuurlijk een keerzijde. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de fuctionalistische architecten onder hevige kritiek komen te staan vanwege hun “eentonige containerarchitectuur en zielloze grote stadswijken”. Bouwkunde (techniek) bleek het toch niet af te kunnen zonder bouwkunst (vormgeving).

Op de foto boven het Bauhaus in Dessau (Walter Gropius) en onder de ‘Bundesschule Bernau’ (Hannes Meyer).

November 2015.